BRIQUET GRIFFON VENDÉEN.

Land van oorsprong Frankrijk.

Schofthoogte: Reu van 50cm tot 55 cm. Teef van 48cm tot 53 cm.

Korte geschiedenis:

Het is het enige ras dat de naam "Briquet" heeft behouden, wat "middelgrote hond" betekent. De variatie dateert van vóór de eerste Wereldoorlog door de Comte d'Elva. Het is een harmonieuze en verbeterde reductie van de Grand Griffon Vendéen, gedistingeerd, nogal gedrongen in zijn constructie. Verschillende malen gedecimeerd vanwege oorlogen, verscheen het Briquet-type opnieuw in Fontenay le Comte (Vendée) in 1946. Op dit moment vindt men tal van exemplaren van hoge kwaliteit; een team van Briquets won de Franse trofee op reeën in 1995 en talloze meutes worden losgelaten op wild zwijn.

Datum officiele rasstandaard: 9 januari 1999

Lopende hond, gebruikt door jagers met geweer op groot wild. Maar ook vos en haas. Jaagt in een kleine meute.

F.C.I. Klassificatie

Groep 6 Lopende honden,Sectie 1.1  Gemiddelde maat jachthonden met mogelijk werkkwalificatie.

Algemene verschijning

Middelgrote Griffon, ontvankelijk en zeer vastberaden. Tamelijk gedrongen en goed geproportioneerd.

Gedrag/temperament

Goede neus; snelle hond met een mooi basgeluid, weigert dicht struikgewas niet; is zeer wendbaar op ruw terrein, jaagt nogal met neus naar de wind.

De Briquet heeft veel initiatief, heeft uithoudingsvermogen en is robuust. Heeft veel beweging nodig. Vriendelijk karakter. Hij is goed in het werken op een koud spoor, bij aanvang van de jacht en bij het drijven. De Briquet is een gepassioneerde jager; het is aan zijn eigenaar om hem goed op te voeden.

Hoofd

Vanaf de voorzijde:

Heel licht, de lijnen van de schedel en de snuit moeten parallel zijn.

Schedel : Iets gewelfd, vrij kort, niet erg breed.

Stop : Duidelijk aanwezig.

Gezicht

Neus: Sterk, zwart, met uitzondering van wit/ oranje exemplaren, waar een bruine neus wordt getolereerd; neusgaten goed open.

Lippen: Niet te sterk ontwikkeld, maar die goed de onderkaak bedekken; ze zijn goed bedekt met vacht.

Ogen: Donker van kleur, groot en helder. De wenkbrauwen geprononceerd, maar bedekken het oog niet. Het moet een fraai gesloten oog zijn.

Oren: Typisch voor een Franse lopende hond, ze zijn soepel, smal en fijn, bedekt met lang haar en eindigend in een punt, goed naar binnen gekeerd; laag ingesteld onder het niveau van het oog, moeten ze niet in staat zijn om voorbij het einde van de neus te reiken.

Snuit: van gelijke lengte als die van de schedel, niet te breed, recht, redelijk kort, sterk

Kaken/Tanden : Scharend gebit.  Snijtanden staan haaks op de kaken.

Nek

Lang en elegant zonder keelhuid.

Lichaam

Rug: Stevig, recht of zeer licht stijgend.

Lendenen: Goed bespierd

Borst: Niet te breed, behoorlijk diep, rijkend tot elleboogniveau.

Ribben: Een beetje rond en lang.

Flanken: Goed gevuld. Onderlijn licht omhoog naar achteren

Staart

Vrij korte staart, hoog aangezet, dik aan de basis, geleidelijk smaller wordend, recht naar achter gedragen, niet omhoog.

Ledematen

Voorborst: Krachtig zonder zwaar te worden

Schouder: Lang, mager en schuin.

Elleboog: Strak tegen het lichaam.

Voorpoten: Krachtige bone, recht.

Achterhand: Goed ontwikkeld verticaal en parallel

Dijbeen: Lang en gespierd.

Kniegewricht: Breed en matig gehoekt. Vanaf achteren gezien geen koehakken of breedstand

Voeten: Niet al te krachtig, harde de tenen goed gewelfd en strak met stevige nagels. Pigmentatie van nagels en kussentjes is gewenst.

Gangwerk/beweging

Soepel en actief, niet schokkerig of springerig

Vacht

Haar: Lang zonder overdrijving, soms ruw en hard, ondervacht dicht; de buik en de binnenkant van de dijen mogen niet bloot zijn; wenkbrauwen goed uitgesproken maar niet het oog bedekkend.

Kleuren: zwart met witte vlekken (wit en zwart). Zwart met tan markeringen (zwart en bruin). Zwart met lichtbruine aftekeningen. wit en oranje. Wit/oranje met zwarte mantel en witte vlekken (driekleur). Wit/oranje met zwarte overlay. Bleek wit/oranje met zwarte overlay en witte vlekken. Bleek wit/oranje met zwarte overlay. Traditionele namen: hazenkleur, wolfskleur, dassenkleur of wilde zwijnenkleur.